Inhoud:
Werken in een laboratorium betekent dat u bloot staat aan gevaren. Het grootste gevaar dat u als laboratoriumwerker bedreigt, is het gedachteloos omgaan met chemicaliën en apparatuur.
Deze pagina geeft u een overzicht van de gevarenbronnen die in een laboratorium aanwezig zijn en wil u leren hoe u een experiment veilig kunt uitvoeren.
We beperken ons hierbij tot de laboratoriumpraktijk, zoals u die bij onze leerstoelgroep aantreft. U zult dus niets tegenkomen over b.v. het omgaan met radioactieve stoffen.
Met opzet is de inhoud beknopt gehouden. Meer informatie kunt u vinden in de handboeken en naslagwerken zoals die welke in onderstaande literatuurlijst zijn opgenomen.
Ook kunt u de internetpagina's van de Arbo & Milieudienst (AMD) van de WUR raadplegen voor informatie over diverse onderwerpen. In de tekst vindt u regelmatig verwijzingen naar deze pagina's.
Als u twijfelt over de juiste werkwijze, aarzel dan niet u nader te informeren bij de practicumleiding of uw begeleider.
|
Wat te doen als er toch wat gebeurt: |
Waarschuw direct de bedrijfshulpverlening (BHV) door het centrale alarmnummer van de leerstoelgroep te bellen (85636) of één van de BHV-ers (zie appendix van de groene kaarten).
Meld dan rustig en duidelijk:
- Uw naam.
- Waar iets is gebeurd.
- Wat er is gebeurd.
- Hoeveel slachtoffers er zijn en wat ze mankeren.
Op de afdelingen hangen z.g. GROENE KAARTEN. Hierop staan o.a. de alarmeringssignalen en wat u moet doen als er een alarmsignaal klinkt.
Volg de instructies van de BHV'ers op.
Let altijd op uw eigen veiligheid, zorg ervoor dat de situatie niet verergert.
Bij een ongeval:
- schakel elektrische apparaten uit.
- indien iemand een ongeval heeft waarbij hij nog contact heeft met een elektrische leiding, probeer dan met een niet geleidend voorwerp dit contact te verbreken.
- stop een slagaderlijke bloeding door de slagader dicht te drukken of door desnoods in de wond te drukken.
- indien u hiervoor deskundig bent, pas dan bij ademstilstand mond-op-mond-beademing of bij hartstilstand reanimatie toe.
Bij brand:
- zorg ervoor dat u niet ingesloten wordt door de brand.
- draai gaskranen dicht.
- sluit ramen en deuren (niet op slot!) en zet ventilatoren uit.
- probeer zelf te blussen met de aanwezige blusmiddelen of water; gebruik geen water bij elektrische apparatuur en bij vloeistofbranden.
|
BRAND |
Gebruik, als iemands kleding in brand staat, de douche of doof de vlammen met een branddeken. Houd de branddeken rond de hals stevig aangesloten, anders gaat de deken als schoorsteen werken. Leg de patiënt zo snel mogelijk op de grond en rol hem over de grond. |
|
BRANDWONDEN |
Overvloedig koelen of spoelen met water (kraan of douche) gedurende 20 minuten. Brandwonden losjes steriel afdekken met (metaline-) gaas. Vastzittende kleding NIET verwijderen, blaren NIET doorprikken. |
|
INSLIKKEN van schadelijke stoffen |
Bijtende stof (loog, reinigers, NH3 enz.): Spoel de mond van de patiënt en laat hem twee glazen water drinken (verdunningseffect). Doe dit echter nooit als iemand bewusteloos is of dit dreigt te worden. NIET laten braken. NIET bijtende stof (bestrijdingsmiddelen, geneesmiddelen enz.): WEL laten braken (indien bij bewustzijn), maar NIET laten drinken. Petroleum producten (olie, terpetine enz.): NIET laten braken en NIET laten drinken. Breng het slachtoffer naar een arts of ziekenhuis. |
|
INADEMEN van schadelijke gassen of dampen |
Breng de patiënt in de frisse lucht. Een halfzittende houding is meestal het prettigst (indien bij bewustzijn). Slachtoffer zo min mogelijk laten bewegen en niet laten roken. Maak bij ademnood knellende kleding los. Indien u hiertoe deskundig bent, pas dan bij ademstilstand mond-op-mondbeademing toe. Let op uw eigen bescherming. Breng het slachtoffer naar een arts of ziekenhuis. |
|
schadelijke stoffen op de HUID |
Overvloedig spoelen met water (douche) gedurende 30 minuten. Als de kleding verontreinigd is, moet u deze tijdens het spoelen verwijderen. Let op uw eigen bescherming (handschoenen aan). . Chemische brandwonden losjes steriel afdekken met (metaline-) gaas. Breng het slachtoffer naar een arts of ziekenhuis. |
|
schadelijke stoffen in de OGEN |
Spoel de ogen 30 minuten met water (oogdouche). Bij bijtende, irriterende of anderszins schadelijke stoffen, dient u daarna een arts te raadplegen. |
|
Arts waarschuwen |
Raadpleeg in geval van twijfel altijd een arts. Bij het bezoek aan een arts dient u de patiënt altijd te begeleiden. |
|
Als elke seconde telt: 0-112 |
Basishandboek ARBO en Milieu WU (V 13):
www.wau.nl/amd/handboek/inleiding/handboek_inleiding_frame.htm/
Chemiekaarten, gegevens voor veilig werken met chemicaliën. (V 6, ook op practicumzaal)
Internetsite van de AMD: www.wau.nl/amd/home/
H. Kramer - Pals, C.J.G. Altmann, Veiligheid in het laboratorium (V 12)
N. Irving Sax, Dangerous properties of industrial materials (V 1)
A.J. Scholten, Veiligheid (V 9)
M.E. Green, A. Turk, Safety in working with chemicals (V 10)
De verwijzing achter een titel geeft aan waar u het boek in de bibliotheek van de leerstoelgroep kunt vinden.
|
Ongevallen moeten altijd gemeld worden bij A.J. Korteweg, die zonodig aan de AMD van de WU rapporteert. |
|
HOOFDSTUK 1 De werksituatie in het laboratorium |
De kans op ongelukken voor uzelf en voor uw collega's wordt verkleind als u de volgende veiligheidsregels opvolgt:
- Houd werktafels opgeruimd, spoel glaswerk na gebruik meteen schoon en berg het op.
- Maak, waar nodig, gebruik van algemene beschermingsmiddelen (zuurkast) en van persoonlijke beschermingsmiddelen (labjas, pipetteerballon, veiligheidsbril, handschoenen enz.).
- Voor u aan een experiment begint, behoort u te weten welke gevaren er verbonden zijn aan de chemicaliën waarmee u gaat werken (hoofdstuk 2) en hoe u deze chemicaliën na afloop van het experiment moet afvoeren (hoofstuk 4).
- Ruim gemorste chemicaliën en vloeistoffen direct op, ook op de vloer (uitglijden!).
- Gebroken glaswerk dient u direct in speciaal hiervoor bestemde afvalbakken te doen.
- Blokkeer geen vluchtwegen, branddekens, blussers, en douches.
- Eet, drink en rook niet tijdens het werken.
- Was regelmatig uw handen.
- Ga pas met apparatuur aan de slag als u weet hoe deze werkt en waar u uit veiligheidsoogpunt op moet letten.
- Laat luxaflex naar beneden: glazen kolven fungeren gemakkelijk als brandglas en het voorkomt verhitting van vloeistoffen door directe straling.
- Houd u aan de (per practicum verschillende) aanvullende gedragsregels..
|
HOOFDSTUK 2 Veilig werken met chemicaliën |
De risico's van het werken met chemicaliën kunt u beperken door met kennis van zaken om te gaan met deze stoffen. Er zijn verschillende informatiebronnen om deze kennis op te doen. Naarmate u een langere laboratoriumervaring hebt, zult u steeds minder hoeven op te zoeken. De eenvoudigste manier om informatie te krijgen, is via het etiket op de verpakking van de stof:

De etiketten geven voor gevaarlijke stoffen de volgende nuttige informatie:
- Gevarenaanduiding en z.g. R-zinnen.
- Veiligheidsadviezen en z.g. S-zinnen.
- Gevarensymbolen.
R- en S-zinnen: de R-zinnen ( R van Risk) waarschuwen de gebruiker voor gevaarlijke of schadelijke eigenschappen van een stof. De S-zinnen (S van Safety) geven aanwijzingen voor het veilig werken met een stof.
De zinnen zijn genummerd. Zo staat b.v. R4 voor: "vormt met metalen zeer gemakkelijk ontplofbare verbindingen" en S8 betekent: "verpakking droog houden". Ook zult u combinaties van R- of S-zinnen aantreffen zoals R23/24.
De volledige verzameling van R- en S-zinnen staat o.a. in bijlage 1, op internet http://www.xs4all.nl/~ftpbb009/rszinnen.html en in het chemiekaartenboek.
Er volgt nu een beschrijving van de gevarensymbolen. Deze zijn uitgevoerd als een pictogram met een oranje ondergrond en zwarte opdruk:
|

|
Licht ontvlambare (F) en zeer licht ontvlambare (F+) stoffen
Maatregel: houd deze verwijderd van open vuur, vonken en warmtebronnen.
|
|

|
Oxiderende stoffen
Deze stoffen kunnen o.a. brandbare stoffen doen ontvlammen.
Maatregel: vermijd ieder contact met brandbare stoffen. |
|

|
Bijtende stoffen
Levende weefsels, maar ook bedrijfsmiddelen, worden bij contact met deze stoffen aangetast.
Maatregel: adem de dampen niet in en vermijd aanraking met huid, ogen en kleding. |
|

|
Ontplofbare stoffen
Dit zijn stoffen die onder bepaalde omstandigheden kunnen exploderen.
Maatregel: vermijd slag, schok, wrijving, vonkontwikkeling en hitte. |
|

|
Zeer vergiftige (T+) en vergiftige (T) stoffen
Deze stoffen zijn schadelijk voor de gezondheid of dodelijk bij inademing, bij opname door de mond of bij contact met de huid.
Maatregel: vermijd elk contact met het menselijk lichaam. Indien u zich onwel voelt, raadpleeg dan direct een arts. |
|

|
Irriterende stoffen (Xi) of schadelijke stoffen (Xn)
Dit zijn stoffen die huid,ogen of ademhalingsorganen prikkelen (Xi), of die schadelijk zijn voor de gezondheid (Xn).
Maatregel: adem de dampen niet in en vermijd contact met de huid en de ogen. |
|

|
Milieugevaarlijke stoffen
Dit zijn stoffen die ernstige schade toebrengen aan het milieu.
Maatregel: voer deze stoffen op een speciale manier af. |
Carcinogene stoffen
Voor de categorie kankerverwekkende stoffen bestaat geen apart gevarensymbool. Deze stoffen zijn als zodanig te herkennen aan de R-zinnen R45 en R49. De invloeden van deze stoffen worden pas na langere tijd merkbaar. Tijdens het werken ermee zult u niet merken dat er iets mis is. Let daarom extra goed op de te nemen beschermingsmaatregelen zoals die b.v. op het etiket en/of op de Chemiekaart staan.
Enkele voorbeelden van stoffen die bewezen carcinogeen zijn of die sterk verdacht worden carcinogeen te zijn:
benzeen, asbest, arseen en arseenverbindingen, chroom(VI)verbindingen, nikkel en nikkelverbindingen, cadmium en cadmiumverbindingen, tetrachloorkoolstof, chloroform, styreen, 1,4-dioxaan, lood en anorganische loodverbindingen, hydrazine.
Chemiekaarten
Een uitgebreidere beschrijving van de eigenschappen en gevaren van chemicaliën vindt u in het boek Chemiekaarten; per pagina (zie voorbeeld op de volgende bladzijde) wordt hierin een bepaalde stof besproken.
Op deze kaarten komt u onder andere de MAC-waarde tegen; dit is een maat voor de concentratie van een stof in de lucht die nog geen gevaar oplevert voor de gezondheid.
|
De officiële definitie is:
De Maximaal Aanvaarde Concentratie van een gas, damp, nevel of van een stof, is die concentratie in de lucht op de werkplek die, voor zover de huidige kennis reikt, bij herhaalde blootstelling ook gedurende een langere tot zelfs een arbeidsleven omvattende periode, in het algemeen de gezondheid van zowel de werknemers alsook hun nageslacht niet benadeelt. |
Voorwaarde is wel dat het gaat om gezonde, volwassen personen die maximaal acht uur per dag, onderbroken door rustperioden in een niet-verontreinigde atmosfeer, werken. De werkweek is niet langer dan 40 uur en de arbeid is lichamelijk niet te zwaar. Ook moeten er voor stoffen die gemakkelijk via de huid worden opgenomen, extra beschermingsmaatregelen genomen worden en andere giftige stoffen mogen niet in de ruimte aanwezig zijn.
MAC-waarden worden regelmatig, door nieuwe inzichten, aangepast.
Hoewel u niet de concentratie van een bepaalde stof op de werkplek kunt bepalen, geeft de MAC-waarde wel een indicatie hoe voorzichtig je met een bepaalde stof om moet gaan.
Op internet zijn diverse andere informatiebronnen te vinden; zie hiervoor b.v.:
www.wau.nl/amd/handboek/gevaarlijke%20stoffen/handboek_gevaarlijkestoffen_frame.htm
www.wau.nl/amd/arbo/chemicalien/arbo_chemicalien_frame.htm
Voorbeeld van een Chemiekaart

Verdunnen van geconcentreerde zuren
Hoewel we in dit hoofdstuk geen individuele stoffen behandelen, willen we een uitzondering maken voor het verdunnen van geconcentreerde zuren en in het bijzonder voor zwavelzuur. Hierbij komt heel veel warmte vrij, waardoor bij het toevoegen van water aan het geconcentreerde zuur het water gaat koken en spetteren.
Dus altijd het zuur in kleine stapjes onder goed roeren toevoegen aan het water.
HOOFDSTUK 3 Gebruik van apparatuur en glaswerk |
Bouw opstellingen altijd veilig op. Belangrijk is dat u of uw collega's er niet per ongeluk tegenaan kunnen lopen of de opstelling niet van een tafel af kunnen stoten.
Apparatuur dient u 's nachts uit te schakelen tenzij het noodzakelijk is dat met een experiment 's nachts doorgegaan wordt. In dat geval moet de opstelling worden voorzien van een kaartje met de tekst "blijft vannacht aan" + datum + naam. Voor studenten moet de practicumleiding of begeleider hiervoor toestemming verlenen.
Elektrische apparatuur
Aandachtspunten zijn:
- Zorg ervoor dat de apparatuur in goede staat verkeert en van deugdelijke snoeren en stekkers is voorzien.
- Zorg ervoor dat de apparatuur op de juiste wijze geaard is.
- Let op dat snoeren niet met vloeistoffen en/of verwarmingsapparatuur in aanraking (kunnen) komen.
- Houd de werkplaats droog.
- Overbelast een elektriciteitsgroep niet, dus niet te veel apparatuur op een zelfde groep aansluiten.
- Voorzie een opstelling waarbij met hoge spanning wordt gewerkt, van een waarschuwing.
- Werk niet met elektrische apparatuur in de buurt van ontvlambare en ontplofbare chemicaliën.
Verwarmen en koelen
Aandachtspunten zijn:
- Gebruik geen verwarmingsapparatuur of open vlam in de omgeving van brandbare stoffen.
- Controleer regelmatig gas- en waterslangen op hun kwaliteit.
- Beveilig gas- en waterslangen tegen losschieten.
- Sluit gaskranen op de tafel na gebruik; laat branders niet aanstaan, ook niet als u ze na korte tijd weer nodig hebt.
- Zet de waterkoeling uit als een experiment klaar is.
Glaswerk
Aandachtspunten zijn:
- Gebruik geen glaswerk in slechte staat; dit glaswerk en gebroken glaswerk dient u in speciale glascontainer weg te gooien.
- Stel glazen opstellingen altijd spanningsvrij op.
- Ga steeds na wat er kan gebeuren als het glaswerk zou breken; neem passende maatregelen om eventueel gevaar te beteugelen.
- Zorg bij verhitting van glazen apparatuur altijd voor een gelijkmatige warmteverdeling, b.v. door een vlamverspreider te gebruiken.
- Denk eraan dat glaswerk uit de koelkast of koude kamer door beslaan glad kan worden en uit de hand kan glijden.
- Houd grotere flessen en kolven met chemicaliën niet alleen bij de hals vast, maar ondersteun ook de bodem.
Werken bij lage en hoge druk
Lage druk (vacuüm) wordt verkregen met een waterstraalpomp of een vacuümpomp.
Aandachtspunten zijn:
- Schakel een terugslagfles tussen pomp en opstelling.
- Draag een veiligheidsbril.
- Alleen dikwandig glas of rondbodemkolven mogen onder vacuüm gezet worden.
- Verhit onder verminderde druk staande opstellingen altijd gelijkmatig (Isomantel) en stoot niet tegen dergelijke opstellingen; dit vermindert de kans op implosie.
- Bescherm opstellingen onder verminderde druk met een doek of gazen mantel.
Verhoogde druk wordt meestal verkregen d.m.v. gas (b.v. N2).
Aandachtspunten zijn:
- Draag een veiligheidsbril.
- Bescherm de opstellingen tegen de gevolgen van een explosie.
- Zet gascilinders altijd vast, b.v. door een klemband aan de tafel.
- Plaats gascilinders nooit in de buurt van warmtebronnen (denk ook aan het zonlicht).
De gasdruk wordt geregeld met behulp van een z.g. reduceerventiel. Voor u dit gebruikt moet u zich goed op de hoogte stellen van de werking ervan:
